Language

Simon heeft een prachtige vlucht genomen in zijn taalontwikkeling. Was hij anderhalf jaar geleden nog afhankelijk van zijn spraakcomputer om begrepen te worden, nu maakt hij zich zelfs bij onbekenden goed verstaanbaar. Hij wisselt nog wat klanken om, en spreekt er diverse nog niet goed uit, maar is goed te begrijpen. Ook de snelheid waarmee hij reageert is omhoog gegaan. De spraakcomputer is weer terug naar de leverancier.

Hij heeft zelf het hardst meegeholpen aan deze vlucht, door te praten, te vragen, te kletsen, te luisteren en ook nog wat te oefenen bij de therapeuten.

Simon kan alleen nog niet zo goed meedoen aan gesprekken aan de eettafel,  veel van de gespreksonderwerpen gaan boven zijn pet, al houden we gerust wel rekening met hem. Maar hij heeft toch echt andere interesses dan zijn broer en zus. Over buitenbaarmoederlijke zwangerschappen, een enge Amerikaanse president, impopulaire maatregelen van docenten, de geschiedenis van de slavernij, sexting en wat dies meer zij, kan hij niet meepraten. Hij praat zelf liever over vuilniswagens, boeven en de politie.

Om toch mee te kunnen praten heeft hij een krachtige remedie gevonden, hij praat ons gewoon letterlijk na. Het bracht ons in tweestrijd, napraten is hinderlijk en wat we niet willen afleren moeten we niet laten bestaan, maar aan de andere kant is het voor hem ook een manier om mee te praten, om nieuwe woorden te leren, om het tempo van het begrijpen van taal te kunnen opvoeren.

We lieten het dus maar even zo. Bovendien was het best grappig. Vooral omdat hij onze stopwoordjes heel goed bleek te kunnen imiteren. Maarre, dat hij wel enigszins begreep wat er gezegd werd, bleek als we er gekke zinnetjes tussendoor vlochten, zoals Simon is een papegaai, of vanavond moet Simon heel vroeg naar bed. Dan bleef hij wijselijk stil.

Een ander probleem deed zich voor met betrekking tot het taalgebruik van zijn broer en zus. Zij bezigen de gebruikelijke puberale krachttermen, en die hoeft hij van mij niet echt te leren. Regelmatig siste ik ze ‘language’ toe. Ze maakten zich met elkaar vrolijk om mij en zijn zus zei dat Simon echt geen onwenselijke woorden van hen leerde. Als proef op de som vroeg ze hem wat rare woorden te zeggen.

Dat kon hij wel na even nagedacht te hebben. ‘Krentenbollen met water. Griekse yoghurt in een bakje, gewone yoghurt in een beker, pindakaas met zonder nootjes’. Zijn Prader-Willi brein sprak.

Het klonk krachtig en poëtisch en als je echt heel kwaad was kon je er ook nog iets op luide toon aan toevoegen, zoals: ‘gewone yoghurt in een beker. MET SLAGROOM!’ Daarom was ik meteen voor invoeren van deze woorden als krachttermen.

Mijn stelletje fantasieloze pubers uiteraard niet.

 

 

7 thoughts on “Language

  1. Oh, wauw, eindelijk weer een een geweldig verhaal over de ontwikkeling van Simon.
    Ik heb er lang naar uitgekeken.
    En wat heb je toch een goed observatievermogen naar je verschillende kinderen toe.
    En wat kan je toch goed relativeren.
    En met hoeveel gevoel voor humor beschrijf je de situatie.
    En ik heb het drie keer gelezen en iedere keer weer zo gelachen aan het eind.
    Dank je wel.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *